Dit is de muis
Leg je hand op de muis.

Dit is de linkerknop.
Beweeg de muis. Kijk naar het pijltje op het scherm.
Voor de docent
10 minuten. Laat de echte muis zien. Wijs de linkerknop aan. Doe de handhouding voor. Laat iedereen de muis vasthouden. Gebruik steeds dezelfde woorden: muis, hand, links, knop.
Lesindeling: handhouding 10 minuten; doolhoven 15; klikken 10; pauze 5; dubbelklikken 10; puzzelen 20; tekenen 15; herhalen 5. Totaal 90 minuten. Dit is begeleide lestijd, geen timer. Neem tijd om voor te doen, samen te oefenen en te herhalen.
Gebruik een echte muis. Op een aanraakscherm oefent de deelnemer aanraken, niet het bedienen van een muis. Linkshandige deelnemers kunnen met hun gebruikelijke muisinstelling werken.
De opdrachten volgen de muishandelingen van het boek, pagina 5–8. Het boek gebruikt een kip naar graan, vissen aanklikken, rupsen dubbelklikken en een sleeppuzzel. De lokale doolhoven en puzzels oefenen deze handelingen. De tekenopdrachten oefenen vasthouden en gericht bewegen. Alleen het toetsenbord hoort bij een volgende les.
Tekst uit het boek: muishandelingen
De computer ‘stuur’ je met de muis en het toetsenbord. Leg je hand op de muis. De muis heeft twee knoppen. Leg één vinger op elke knop. Je kan op je scherm zien waar de muis is.
De kip (1) volgt je muis (2) naar het graan (3). Klik met je linker muis knop op de vissen (1).
Nu moet je dubbel klikken. Dat is 2x snel klikken met je linker muis knop. Dubbel klikken bij de rups. Eén keer klikken bij de vlinder, de bij en de spin.
Met de muis kun je ook dingen slepen. Ga met je muis naar wat je wil slepen. Druk de linker muis knop in. Niet loslaten! Sleep naar de goede plek. Laat de linker muis knop los.